ECLI:NL:RBDHA:2025:11899
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Colombiaanse broers wegens ongeloofwaardigheid guerrillaproblemen
Eisers, twee broers van Colombiaanse nationaliteit, vroegen asiel aan in Nederland wegens vermeende bedreigingen door guerrillagroepen vanwege de politieke positie van hun vader. De minister wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond, omdat de verklaringen over problemen met de guerrilla ongeloofwaardig werden bevonden.
De rechtbank behandelde het beroep en onderzocht de geloofwaardigheid van de gestelde problemen. Hoewel de vader preventieve bescherming ontvangt vanwege zijn publieke functie, kon niet worden vastgesteld dat hij of zijn kinderen persoonlijk problemen met de guerrilla ondervinden. De verklaringen van eisers waren tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd met bewijs, zoals ontbrekende aangifte van het schietincident en onduidelijkheid over de betrokken guerrillagroep.
Ook de beweerde onderduikperiode werd door de rechtbank niet geloofd, mede vanwege sociale media-activiteiten en inconsistenties in de verklaringen. De aanvullende documenten die eisers overlegden, maakten het persoonlijke risico niet aannemelijk.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de asielaanvragen als kennelijk ongegrond heeft afgewezen en verklaarde de beroepen ongegrond. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid.