ECLI:NL:RBDHA:2025:11934
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing inreisverbod, terugkeerbesluit en SIS-signalering ondanks huwelijk in Spanje
Eiser, een Colombiaanse nationaliteit, kreeg in 2022 een inreisverbod, terugkeerbesluit en SIS-signalering opgelegd. Hij is daarna naar Spanje vertrokken en daar getrouwd met een Spaanse vrouw. Eiser verzocht om opheffing van deze besluiten omdat hij in Spanje een verblijfsvergunning wil verkrijgen als partner van een Unie-burger, maar dit wordt belemmerd door de besluiten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het verzoek heeft afgewezen. Eiser moet zijn verblijfsrecht op grond van artikel 8 EVRM Pro in Spanje aan de orde stellen. Nederland hoeft niet te beoordelen of hij recht heeft op verblijfsrecht in Spanje. De rechtbank constateert een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek omdat verweerder niet expliciet rekening hield met het huwelijk, maar dit leidt niet tot schending van belangen van eiser.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro faalt omdat eiser niet aan de voorwaarden voldoet, onder meer omdat hij de EU niet ononderbroken heeft verlaten. De Spaanse stukken bieden onvoldoende bewijs dat het onmogelijk is om in Spanje verblijfsrecht te verkrijgen ondanks de SIS-signalering. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod, terugkeerbesluit en SIS-signalering wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.