ECLI:NL:RBDHA:2025:11984
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Spanje
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 31 maart 2025 niet in behandeling genomen omdat volgens de Dublin-verordening Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.
Verzoekster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting beoordeeld op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank heeft bij een gelijktijdige uitspraak het beroep ongegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S. Ketelaars-Mast en griffier H.A. van der Wal en is openbaar gemaakt op 7 juli 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.