ECLI:NL:RBDHA:2025:11985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvoldoende motivering gevaar voor openbare orde
De minister legde op 18 juni 2025 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder c en d van de Vreemdelingenwet. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt. De minister tilde de c-grond tijdens de zitting op, maar handhaafde de d-grond, gebaseerd op een eerdere veroordeling van eiser voor een drugsdelict.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat het gedrag van eiser een actueel en ernstig gevaar voor de openbare orde vormde, zoals vereist volgens het arrest J.N. van het Hof van Justitie. Hierdoor was de bewaring onrechtmatig vanaf het moment van oplegging tot de opheffing op 4 juli 2025.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €1.700,- voor 20 dagen onrechtmatige detentie en veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten van €1.814,-. Het beroep werd gegrond verklaard en de overige beroepsgronden werden niet meer behandeld.
Uitkomst: De bewaring is onrechtmatig opgelegd en eiser krijgt een schadevergoeding van €1.700,- en proceskosten van €1.814,- toegekend.