ECLI:NL:RBDHA:2025:12004
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortvarendheid en rechtmatigheid van bewaringsmaatregel vreemdeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een bewaringsmaatregel die op 22 mei 2025 door verweerder is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij zijn uitzetting naar Algerije, ondanks zijn medewerking en het beschikbaar zijn van een kopie van zijn verlopen paspoort.
De rechtbank overweegt dat verweerder op 26 mei en 16 juni 2025 vertrekgesprekken heeft gevoerd, een laissez-passer aanvraag heeft verzonden en contact heeft gehad met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). De IOM heeft geprobeerd de kopie van het paspoort te verkrijgen, maar zonder succes. Eiser heeft onvoldoende meegewerkt, onder meer door te weigeren een vrijwilligersbrief te schrijven die de uitzetting zou kunnen versnellen.
De rechtbank toetst ambtshalve de rechtmatigheid van de bewaringsmaatregel en concludeert dat deze niet onrechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaringsmaatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.