ECLI:NL:RBDHA:2025:12010

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juni 2025
Publicatiedatum
8 juli 2025
Zaaknummer
NL25.13552
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen intrekking verblijfsvergunning wegens niet tijdig bezwaar ongegrond verklaard

De minister van Asiel en Migratie heeft op 1 augustus 2024 het besluit genomen om de verblijfsvergunning van eiser in te trekken. Eiser stelde bezwaar in op 3 december 2024, ruim na de gestelde termijn van vier weken. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening.

Eiser betoogde dat het besluit niet op correcte wijze aan hem bekend was gemaakt, omdat het naar het adres van zijn voormalige partner was gestuurd terwijl hij daar sinds 1 maart 2024 niet meer stond ingeschreven. De rechtbank constateerde echter dat eiser geen nieuw adres had doorgegeven en bij latere aanvragen nog steeds het adres van zijn voormalige partner gebruikte.

De rechtbank oordeelde dat de minister geen aanleiding had om te veronderstellen dat het besluit niet op juiste wijze was bezorgd. Hierdoor was de bezwaartermijn correct gestart op 2 augustus 2024, en was het bezwaar te laat. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Een vergoeding van proceskosten werd niet toegewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard wegens te laat ingediend bezwaar.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.13552
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. Y. Mateo Diaz),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 1 augustus 2024 heeft de minister de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken. Bij brief van 3 december 2024, aangevuld bij brief van 24 februari 2025, heeft eiser bezwaar ingesteld tegen dit besluit. Bij beslissing op bezwaar van 24 februari 2025 heeft de minister dit bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk bevonden, omdat het te laat is ingediend. Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiser stelt dat het besluit van 1 augustus 2024 niet op geldige wijze aan hem bekend is gemaakt. Het besluit is gestuurd naar het adres van zijn voormalige partner, terwijl eiser daar sinds 1 maart 2024 niet meer stond ingeschreven. Uit de BRP blijkt ook dat eiser sinds 1 maart 2024 staat geregistreerd als “registratie niet-ingezetene”. Pas op 18 november 2024 is eiser via zijn gemachtigde op de hoogte gekomen van het besluit van 1 augustus 2024.
3. De rechtbank stelt vast dat eiser sinds 1 maart 2024 geen nieuw adres heeft doorgegeven. In mei 2024 heeft eiser een aanvraag voor een inreisvisum ingediend. Op 16 september 2024 heeft hij een aanvraag voor een vreemdelingendocument ingediend. In beide gevallen heeft hij als woonadres het adres van zijn voormalige partner opgegeven. De minister heeft door deze samenloop van feiten geen aanleiding gehad voor de veronderstelling dat eiser sinds 1 maart 2024 zijn woon- of postadres niet bij zijn voormalige partner zou hebben gehad. De registratie in de BRP maakt dit niet anders.
4. De rechtbank is dus van oordeel dat het besluit van 1 augustus 2024 op juiste wijze bekend is gemaakt aan eiser. Dat betekent dat de bezwaartermijn van vier weken is ingegaan op 2 augustus 2024. Het bezwaar van 3 december 2024 is daarmee te laat ingediend. De minister heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking. Voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 juni 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.