Op 8 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een besluit genomen om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening verzocht bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft op 30 januari 2025 zonder zitting uitspraak gedaan.
Gezien het feit dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.986), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.