ECLI:NL:RBDHA:2025:12048
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens vestigingsrisico en geringe binding met herkomstland
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, verzocht om een visum voor kort verblijf om haar ernstig zieke schoonmoeder in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van het doel van het verblijf, onvoldoende middelen van bestaan en twijfel over het tijdig verlaten van het Schengengebied.
Eiseres stelde in beroep dat zij sterke sociale bindingen met Marokko heeft, getrouwd is met een referent in Nederland en over een retourticket en reisverzekering beschikt. Tevens voerde zij aan dat de hoorplicht door verweerder was geschonden omdat zij niet persoonlijk werd gehoord.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan het voornemen van eiseres om tijdig terug te keren, gezien de geringe sociale en economische binding met Marokko. De rechtbank vond dat verweerder niet verplicht was eiseres te horen omdat het bezwaar geen nieuwe relevante informatie bevatte. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van terugkeer en geringe binding met het land van herkomst.