Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2025 in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
.Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
7 oktober 2009 een terugkeerbesluit gekregen. De vertrektermijn is inmiddels verstreken en eiseres is niet vertrokken. Daarom legt de minister een inreisverbod op voor de duur van twee jaren.
11.2. De overschrijding van de redelijke termijn is volledig toe te rekenen aan de minister, omdat de bezwaarfase meer dan twee jaar heeft geduurd en de beroepsfase slechts een aantal maanden. Het namens de minister gestelde maakt niet dat de overschrijding niet aan de minister toegerekend kan worden, omdat de minister niet heeft toegelicht waarom het vragen om uitstel voor de bezwaargronden en het indienen van nadere stukken tot deze ruime overschrijding van de termijn zou hebben geleid. De Nederlandse staat (minister van Asiel en Migratie) zal daarom tot betaling van het hiervoor genoemde bedrag worden veroordeeld.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
€ 1.000,- aan schadevergoeding aaneiseres.