Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Voortvarendheid
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Poolse vreemdeling, is op 2 juni 2025 in bewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is opgelegd vanwege het risico dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken en de uitzettingsprocedure zal ontwijken of belemmeren.
Eiseres heeft tegen deze maatregel beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding ingediend. Zij betwist de zware en lichte gronden voor bewaring niet, maar stelt dat de minister een lichter middel had moeten toepassen, omdat zij contact heeft met een organisatie in Utrecht en verblijft in een dagopvang.
De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat een lichter middel niet volstaat. De omstandigheden, waaronder de weigering van eiseres om terug te keren naar Polen en het ontbreken van een vaste verblijfplaats, rechtvaardigen de bewaring. Daarnaast werkt de minister voortvarend aan de uitzetting; er is een vlucht aangevraagd en de uitzetting staat gepland op 18 juni 2025.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. Spelt en bekendgemaakt op 12 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.