Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
Betrokkene is op 6 oktober 2024 op de spoedeisende hulp van het Groene Hart Ziekenhuis herbeoordeeld na een hoogenergetisch trauma de nacht ervoor.
Op 6 oktober 2024 werd op de spoedeisende hulp bij het lichamelijk en aanvullend radiologisch onderzoek de volgende letsels geconstateerd:
- Een botbreuk van het borstbeen;
- Letsel van de strekpezen van de linkerduim.
Op 10 oktober 2024 is betrokkene geopereerd door de afdeling plastische chirurgie waarbij de strekpezen van de linkerduim zijn gehecht en een gipsverband is aangelegd.
Over het herstel van het strekpeesletsel van de duim kan ondergetekende op basis van de aangeleverde informatie geen uitspraak doen. Een ongecompliceerde breuk van het borstbeen herstelt in algemene zin volledig binnen 8 tot 12 weken.
Op 5 oktober 2024 om 22:15 uur, heeft de arts in aanwezigheid van ons de verdachte bloed afgenomen conform Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Tevens heb ik het opdrachtformulier Toxicologisch onderzoek voorzien van een genummerde en op naam gestelde SIN-sticker "Analyse" met het nummer TACU7255NL en SIN-sticker "Tegen Onderzoek" met het nummer TACU7256NL.
de kruising van dePresident Kennedylaan
met deBurgemeester Bruinslotsingel, op 5 oktober 2024 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten,
cocaïneen cannabis en alcohol, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro de genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed 18 microgram cocaïne per liter bloed en 9 microgram THC per liter bloed en 1,52 milligram ethanol per milliliter bloed bedroeg;
vaneen materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
5 (vijf) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;