ECLI:NL:RBDHA:2025:12119
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende betrokkenheid referentiekader
Eiser, een minderjarige met de Gambiaanse nationaliteit, vroeg asiel aan nadat hij vanwege problemen met zijn stiefvader Gambia ontvlucht was. De minister wees zijn aanvraag af omdat de geloofwaardigheid van het asielrelaas onvoldoende was onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat de minister het besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid doordat hij niet expliciet rekening hield met het referentiekader van eiser, waaronder zijn minderjarige leeftijd, opleidingsniveau en culturele achtergrond. Dit referentiekader is cruciaal voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van zijn verklaringen.
De minister stelde dat impliciet met het referentiekader rekening was gehouden, maar dit bleek niet uit het besluit. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit onvoldoende inzicht geeft in hoe deze persoonlijke omstandigheden zijn meegewogen.
Daarom vernietigt de rechtbank het besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen waarbij het referentiekader van eiser wel expliciet wordt betrokken. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen waarbij het referentiekader van eiser wordt betrokken.