ECLI:NL:RBDHA:2025:12146
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Correcte vaststelling ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na loopbrief
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de ingangsdatum van zijn verblijfsvergunning asiel, die door de minister was vastgesteld op 15 mei 2023. Eiser stelt dat de vergunning moet ingaan op 7 mei 2023, de datum waarop hij zich meldde bij het aanmeldcentrum en de loopbrief ontving.
De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de betekenis van de loopbrief voor de ingangsdatum van de verblijfsvergunning. Na wederzijdse schriftelijke reacties heeft de rechtbank zonder zitting uitspraak gedaan.
De rechtbank oordeelt dat de minister de ingangsdatum onjuist heeft vastgesteld. Volgens de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2025 volgt uit het Unierecht dat de asielaanvraag is ontvangen op het moment dat de vreemdeling persoonlijk zijn asielwens kenbaar maakt, wat blijkt uit de loopbrief van 7 mei 2023. Daarom is het beroep gegrond en wordt het bestreden besluit vernietigd voor zover het de ingangsdatum betreft.
De rechtbank stelt zelf de ingangsdatum vast op 7 mei 2023 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit. Tevens veroordeelt zij de minister tot betaling van €907 aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak draagt bij aan rechtszekerheid over de toepassing van de loopbrief als bepalend moment voor de ingangsdatum van verblijfsvergunningen asiel.
Uitkomst: De ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel wordt vastgesteld op 7 mei 2023 en het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het deze datum betreft.