ECLI:NL:RBDHA:2025:12149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid mishandeling door oom in Gambia
Eiser, een Gambiaanse staatsburger uit de Mandiko bevolkingsgroep, vroeg asiel aan wegens vrees voor levensbedreiging door zijn oom na mishandelingen. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de verklaringen over de mishandelingen onvoldoende concreet en geloofwaardig waren.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat de oom van eiser mishandelingen zou hebben gepleegd, maar dat eiser onvoldoende details gaf over de aard, intensiteit en context van deze mishandelingen. Ook ontbraken concrete aanwijzingen voor een levensbedreigende intentie van de oom.
Verweerder had bovendien rekening gehouden met het referentiekader van eiser en het tijdsverloop sinds de mishandelingen, wat de verwachting rechtvaardigde dat eiser meer gedetailleerde verklaringen kon geven. De rechtbank vond dat verweerder de geloofwaardigheid terecht in twijfel trok.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag definitief af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter E.M.A. Vinken en griffier A. Drageljević op 29 april 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.