ECLI:NL:RBDHA:2025:12159
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie op basis van fictief inkomen vader
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de moeder om kinderalimentatie van de vader voor hun minderjarige kind. De moeder vroeg €250 per maand, gebaseerd op de kosten van verzorging en opvoeding. De vader betwistte zijn draagkracht en stelde dat hij geen bijdrage kon betalen.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde de vader dat hij sinds zijn zeventiende geen opleiding meer volgde en geen stabiel inkomen had weten te verwerven. De rechtbank oordeelde dat de vader onvoldoende had aangetoond dat hij geen inkomen kon genereren en rekende daarom met een fictief inkomen op basis van het minimumloon. De draagkracht van de vader werd vastgesteld op €110 per maand.
Gezien de gezamenlijke draagkracht van ouders (€135) en de behoefte van het kind (€266) werd geen zorgkorting toegepast. De rechtbank bepaalde dat de vader vanaf 1 augustus 2025 maandelijks €110 moet betalen, vooruit te betalen vóór de eerste van de maand, met jaarlijkse indexering. Beide ouders dragen hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vader moet vanaf 1 augustus 2025 maandelijks €110 kinderalimentatie betalen op basis van een fictief minimumlooninkomen.