ECLI:NL:RBDHA:2025:12177
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning mensenhandel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 6 december 2023 de verblijfsvergunning van verzoeker ingetrokken en zijn aanvraag tot wijziging naar een humanitaire verblijfsvergunning afgewezen. Het bezwaar van verzoeker tegen dit besluit is op 12 november 2024 eveneens afgewezen, waarna verzoeker beroep instelde bij de rechtbank.
Op 19 juni 2025 vond de zitting plaats voor de voorzieningenrechter, waarbij verzoeker, zijn gemachtigde en de gemachtigde van de minister aanwezig waren. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld in samenhang met het beroep.
De rechtbank heeft op dezelfde dag het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer nodig. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 9 juli 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.