ECLI:NL:RBDHA:2025:12194
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, vroeg op 16 februari 2025 asiel aan in Nederland. Uit Eurodac-onderzoek bleek dat hij eerder asielverzoeken had ingediend in Spanje, Luxemburg en Duitsland. Nederland verzocht Spanje om zijn terugname, wat Spanje accepteerde. Verweerder nam de asielaanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Spanje verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser stelde dat overdracht naar Spanje onevenredige hardheid zou opleveren vanwege eerdere uitzettingen naar Marokko door Spaanse autoriteiten, wat psychische klachten veroorzaakte, en zijn relatie met een partner in Nederland. De rechtbank overwoog dat verweerder mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Spanje zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden van eiser onvoldoende waren om de overdracht naar Spanje als onevenredige hardheid te beschouwen. Psychische klachten waren niet concreet onderbouwd en er was geen bewijs van ernstige gezondheidsrisico’s. Ook werd gewezen op de mogelijkheid van een reguliere verblijfsprocedure bij een partner in Nederland. Verweerder had voldoende gelegenheid gegeven om bezwaren toe te lichten.
Het beroep is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.N. Abdoelkadir en griffier S. Feijtel op 8 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.