ECLI:NL:RBDHA:2025:12207
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluiten en herroeping primaire besluit wegens onvoldoende motivering
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen twee handhavingsbesluiten van het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk betreffende een te hoge schutting op het perceel van eiser.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het eerste handhavingsbesluit onvoldoende gemotiveerd was, omdat het college handhavend optrad tegen de schutting van eiser, maar niet tegen andere vergelijkbare schuttingen in de straat, zonder objectieve rechtvaardiging. Het college kreeg de gelegenheid dit gebrek te herstellen.
Het college nam vervolgens een tweede besluit waarin het de handhavingsprocedure beëindigde, maar zonder duidelijk te maken wat dit betekende voor het eerste besluit of het primaire besluit. De rechtbank stelde vast dat het college dit niet adequaat motiveerde en ook naliet de gemaakte kosten te vergoeden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde beide besluiten en herroept het primaire besluit. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de handhavingsbesluiten en herroept het primaire besluit, met veroordeling tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.