Op 3 juli 2022 maakten eiseres en haar minderjarige kind een vlucht met TUI van Amsterdam naar Curaçao, waarbij de vlucht ruim vier uur vertraagd was. Eiseres betaalde €60 als 'Toeslag baby' voor het kind en vorderde een vergoeding van €600 voor de vertraging, naast rente en kosten. TUI weigerde de vergoeding voor het kind te betalen, stellende dat de Verordening 261/2004 niet geldt voor passagiers die gratis of tegen gereduceerd tarief reizen.
De kantonrechter oordeelde dat de 'Toeslag baby' op de boekingsbevestiging voldoende bewijs is dat het kind niet gratis heeft gevlogen. TUI's stelling dat het bedrag alleen administratiekosten en belastingen betrof, werd verworpen omdat deze kosten apart vermeld stonden. Ook maakte het niet uit dat de baby op schoot zat in plaats van een eigen stoel te hebben.
Hierdoor werd de vordering van eiseres toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf de datum van de vlucht en buitengerechtelijke kosten. TUI werd tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd bij vervroeging uitgesproken op 29 april 2025 door kantonrechter C.W.D. Bom.