Eiser, een Turkse onderdaan, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag is door verweerder afgewezen omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), een vereiste ingevoerd op 1 oktober 2022 voor Turkse staatsburgers.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar is ongegrond verklaard. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de meervoudige kamer van dezelfde rechtbank waarin is bevestigd dat het mvv-vereiste gerechtvaardigd is en mag worden toegepast. De rechtbank concludeert dat de afwijzing van de aanvraag rechtmatig is.
De voorzieningenrechter heeft tevens het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, omdat er geen spoedeisend belang is. De rechtbank wijst het beroep ongegrond en veroordeelt eiser niet tot terugbetaling van griffierechten. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.