ECLI:NL:RBDHA:2025:12311
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid over militaire zone in Azerbeidzjan
Eiser, een Azerbeidzjaanse hoogspanningsmonteur, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, nadat hij was gevlucht uit Azerbeidzjan uit vrees voor vervolging wegens het verlaten van een militaire zone tijdens zijn werkzaamheden. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af en verleende slechts tijdelijk uitstel van vertrek vanwege medische redenen.
De rechtbank behandelde het beroep op 27 mei 2025 en oordeelde dat het bestreden besluit zorgvuldig was voorbereid en voldoende gemotiveerd. De rechtbank achtte het eerste element van eisers verhaal, zijn identiteit en nationaliteit, geloofwaardig, maar vond onvoldoende bewijs voor de stelling dat hij problemen had gekregen door het verlaten van de militaire zone. Eisers verklaringen waren volgens de minister tegenstrijdig en summier, en hij had geen documenten overlegd ter onderbouwing van de strafrechtelijke procedure.
De rechtbank verwierp de beroepsgronden dat het geloofwaardige eerste element doorwerkt naar een reëel risico op vervolging en dat de minister ten onrechte de geloofwaardigheid van het tweede element betwistte. Ook het verzoek dat het uitstel van vertrek pas ingaat na de uitspraak op het beroep werd afgewezen, aangezien de wet voorschrijft dat uitstel op grond van medische redenen apart moet worden aangevraagd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.