ECLI:NL:RBDHA:2025:1232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat hij in Kroatië onmenselijk is behandeld, mishandeld is en medische zorg nodig heeft die daar onvoldoende beschikbaar is.
De rechtbank heeft het beroep op 31 december 2024 behandeld en oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor de minister mag aannemen dat Kroatië zijn internationale verplichtingen nakomt. De persoonlijke ervaringen van eiser met Kroatische autoriteiten betreffen illegale grensoverschrijding en zijn niet relevant voor de beoordeling van de asielaanvraag volgens de Dublinregels.
De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Kroatië een reëel risico loopt op schending van fundamentele rechten. Ook is niet gebleken dat het aanmeldgehoor Dublin onzorgvuldig is verlopen. De stelling dat eiser kwetsbaar is in de zin van de Opvangrichtlijn wordt niet gevolgd, omdat zijn medische klachten niet voldoende zwaarwegend zijn.
De minister heeft terecht geweigerd de asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, omdat geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn gesteld die overdracht aan Kroatië onevenredig hard maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.