ECLI:NL:RBDHA:2025:12327
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van besluit in de zin van de Awb
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een brief van 18 april 2024 van het ministerie van Financiën, waarin een reactie werd gegeven op haar bezwaarschrift. De rechtbank oordeelt dat deze brief geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en ook geen beslissing op bezwaar, maar een informatieve brief zonder rechtsgevolgen.
Eerder had eiseres bezwaar gemaakt tegen een beschikking van Sociale Banken Nederland (Sbn) van 28 april 2023, die haar schulden niet voor vergoeding in aanmerking liet komen. Dit bezwaar werd ambtshalve niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Tegen deze beslissing is geen beroep ingesteld.
Eiseres betoogt dat het bezwaar alsnog ontvankelijk moet worden verklaard omdat het ook een verzoek om herziening zou betreffen. De rechtbank volgt dit niet en stelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het is gericht tegen een brief die geen besluit vormt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter J. Smeets en griffier J.F. Elzenaar op 15 juli 2025. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het is ingesteld tegen een brief die geen besluit in de zin van de Awb vormt.