ECLI:NL:RBDHA:2025:1233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 31 december 2024 behandeld en beoordeelt of het besluit rechtmatig is.
Eiser stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië niet geldt vanwege structurele tekortkomingen in het Kroatische asiel- en opvangsysteem, mishandeling en gebrek aan rechtsbijstand. Ook voert hij aan dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar zijn individuele risico op onmenselijke behandeling. Daarnaast beroept hij zich op een afhankelijke relatie met zijn broers in Nederland en op bijzondere omstandigheden op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.
De rechtbank volgt de recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië bevestigt. Eiser heeft onvoldoende concrete en objectieve aanwijzingen geleverd om dit vermoeden te weerleggen. Ook is niet voldaan aan de voorwaarden voor een afhankelijke relatie en zijn de persoonlijke omstandigheden onvoldoende om toepassing van artikel 17 te Pro rechtvaardigen. Het verzoek tot aanhouding van de procedure wordt afgewezen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de minister. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter P.J.M. Mol en griffier K.L.H. Thomas op 9 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.