ECLI:NL:RBDHA:2025:1234
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublinprocedure tegen afwijzing verblijfsvergunning Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een verwante zaak op 31 december 2024 behandeld. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde, en de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Een tolk was eveneens aanwezig.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.49618) op dezelfde dag, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.