In deze zaak staat centraal of de verhuurder de huurovereenkomst tijdig heeft aangezegd, of de huurder stookkosten verschuldigd is, de redelijkheid van de huurprijs en de betaling van een huurachterstand.
De huurovereenkomst betrof een tijdelijke huur van 3 juli 2023 tot 31 mei 2024. Verhuurder stelde dat hij tijdig schriftelijk had aangezegd dat de huur eindigde, maar de huurder betwistte ontvangst van deze aanzegging. De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de aanzegging tijdig is ontvangen, waardoor de overeenkomst stilzwijgend is verlengd voor onbepaalde tijd.
Verder vorderde verhuurder betaling van stookkosten, maar de huurder had zelf contracten afgesloten voor gas en stroom. Er was geen schriftelijke afspraak dat de verhuurder stookkosten mocht doorberekenen. De kantonrechter wees de vordering af.
De huurprijs werd door de Huurcommissie als redelijk beoordeeld, ondanks dat de huurder een lagere huurprijs stelde. De kantonrechter volgde de Huurcommissie en wees de vordering tot betaling van de huurachterstand toe, maar wees de vordering tot betaling van lopende huur tijdens de procedure af omdat deze was voldaan.
De proceskosten werden verdeeld waarbij verhuurder grotendeels in het ongelijk werd gesteld.