ECLI:NL:RBDHA:2025:12375

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2025
Publicatiedatum
11 juli 2025
Zaaknummer
NL24.26277 en NL24.26152
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag en toewijzing proceskosten

Eiser heeft op 27 juni 2024 twee beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag, geregistreerd onder zaaknummers NL24.26277 en NL24.26152. Op 30 september 2024 heeft de minister alsnog een besluit genomen op de asielaanvraag.

De rechtbank constateert dat eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het tweede beroep (NL24.26152) en verklaart dit beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast is het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit inmiddels komen te vervallen omdat de aanvraag is ingewilligd, waardoor het procesbelang ontbreekt.

De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Omdat eiser terecht beroep heeft ingesteld vanwege het niet tijdig beslissen, veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 10 juli 2025, zonder zitting, en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: Beide beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag zijn niet-ontvankelijk verklaard en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten van €453,50.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.26277 en NL24.26152

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

v-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 27 juni 2024 tweemaal beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. Het tweede beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL24.26152.
Bij besluit van 30 september 2024 heeft verweerder een besluit genomen op de asielaanvraag van eiser.
Eiser heeft niet gereageerd op de vraag van de rechtbank of hij het beroep handhaaft.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

Het beroep met zaaknummer NL24.26152
1. Het eerste beroep, geregistreerd onder zaaknummer NL24.26277, is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op eisers asielaanvraag. Het tweede beroep, geregistreerd onder zaaknummer NL24.26152, die op dezelfde dag is ingediend als het eerste beroep, richt zich ook tegen het niet tijdig nemen van een besluit op eisers asielaanvraag. Omdat eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het tweede beroep, verklaart de rechtbank het beroep, ingesteld in de zaak met zaaknummer NL24.26152, om die reden niet-ontvankelijk.
Het beroep met zaaknummer NL24.2677
2. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op eisers asielaanvraag, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiser gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Omdat eiser vanwege het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van
€ 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart beiden beroepen niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50
(vierhonderd drieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 10 juli 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.