ECLI:NL:RBDHA:2025:12387

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2025
Publicatiedatum
11 juli 2025
Zaaknummer
NL24.32332
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenveroordeling na gegrondverklaring bezwaar tegen niet tijdig beslissen mvv-aanvraag

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bij een referent. Nadat verweerder het bezwaar gegrond verklaarde, trok verzoekster het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door het bezwaar gegrond te verklaren. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op €453,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een wegingsfactor ‘licht’ vanwege de aard van het beroep. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.32332

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster,

v-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 16 augustus 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissing op haar bezwaarschrift van 27 december 2023 tegen de afwijzing van haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf bij [naam] (referent).
Bij besluit van 21 augustus 2024 heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [2] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op het bezwaar van verzoekster heeft besloten en het bezwaar hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond heeft verklaard, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. In de gegrondverklaring van het verzoek ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. De proceskosten worden op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 453,50
(vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 10 juli 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit proceskosten bestuursrecht.