ECLI:NL:RBDHA:2025:12388

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juli 2025
Publicatiedatum
11 juli 2025
Zaaknummer
NL25.25810
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 26 januari 2024 ontvangen, waarna de minister uiterlijk binnen zes maanden een besluit moest nemen. Eiser diende op 10 juni 2025 beroep in bij de rechtbank wegens het uitblijven van een beslissing.

De rechtbank heeft eiser bij brief verzocht een kopie van de ingebrekestelling te overleggen, maar hierop is niet gereageerd. Volgens artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een betrokkene eerst de minister schriftelijk in gebreke stellen en een termijn van twee weken afwachten voordat beroep kan worden ingesteld. Omdat niet is gebleken dat eiser aan deze voorwaarde heeft voldaan, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank vond het niet nodig om partijen voor een zitting uit te nodigen en wees het beroep af zonder inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier L.M. Kalkman op 9 juli 2025.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling voorafgaand aan het beroep.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.25810
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. De minister heeft de aanvraag op 26 januari 2024 ontvangen. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3 Eiser heeft op 10 juni 2025 beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft eiser bij brief van 11 juni 2025 verzocht een kopie toe te zenden van de ingebrekestelling. Hierop heeft eiser niet gereageerd. De rechtbank stelt daarom vast dat niet is gebleken dat eiser de minister in gebreke heeft gesteld alvorens beroep in te stellen bij de rechtbank. Dat maakt dat niet is voldaan aan de eisen van artikel 6:12 van Pro de Awb. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2023/26 met negen maanden verlengd. De minister heeft deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 weer een beslistermijn van zes maanden.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
09 juli 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.