Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 9 december 2024 waarin een beslistermijn werd gesteld. Omdat de minister niet binnen deze termijn heeft beslist, is het beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, omdat dit de prikkel tot voortvarendheid wegneemt. Ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling is het beroep ontvankelijk vanwege de eerdere rechterlijke termijnstelling. De rechtbank legt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €37.500. De rechtbank stelt vast dat een eerdere bestuurlijke dwangsom niet opnieuw wordt vastgesteld. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het door haar betaalde griffierecht.