ECLI:NL:RBDHA:2025:12484
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting minderjarige dochter ex-vriendin
De rechtbank Den Haag heeft verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van verkrachting van de minderjarige dochter van zijn ex-vriendin in de periode 2013-2019. Het slachtoffer verklaarde dat de verkrachtingen meerdere malen hadden plaatsgevonden, maar deze verklaringen waren weinig gedetailleerd en werden niet ondersteund door andere getuigen of bewijs.
De rechtbank heeft de verklaringen van het slachtoffer kritisch beoordeeld en vastgesteld dat belangrijke details ontbraken en dat verklaringen niet consistent werden bevestigd door andere betrokkenen, zoals de moeder en een vriendin van het slachtoffer. Er was geen aanvullend bewijs dat de beschuldigingen ondersteunde.
De verdediging ontkende de tenlastelegging en stelde vrijspraak voor. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om tot een bewezenverklaring te komen. Daarnaast werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat de verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkrachting.