ECLI:NL:RBDHA:2025:12494
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 17 juni 2025 samen met een verwante zaak.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak is behandeld en een uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.