ECLI:NL:RBDHA:2025:12515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op intrekking terugkeerbesluit en opheffing inreisverbod na AA-arrest
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om intrekking van een in 2014 opgelegd terugkeerbesluit en opheffing van het daarbij behorende inreisverbod. Dit verzoek werd afgewezen door de minister, die zich beriep op het Kühne & Heitz-arrest van het Hof van Justitie en stelde dat het AA-arrest niet als nieuw feit of veranderde omstandigheid kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van eiser moet worden aangemerkt als een verzoek om herziening van een definitief geworden besluit, en dat eiser niet heeft voldaan aan de vereiste criteria om herziening te rechtvaardigen. Met name werd geoordeeld dat eiser niet tijdig na kennisname van het AA-arrest heeft gehandeld, waardoor het verzoek niet ontvankelijk is.
Verder weegt de rechtbank het Unierechtelijk rechtszekerheidsbeginsel en het legaliteitsbeginsel tegen elkaar af en concludeert dat de minister niet verplicht was het terugkeerbesluit en inreisverbod te heroverwegen. De belangen van eiser, zoals het willen weten waar hij aan toe is en het voorkomen van ongelijke behandeling, zijn onvoldoende om het besluit te herzien.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot intrekking van het terugkeerbesluit en opheffing van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.