Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op zijn nareisaanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 3 oktober 2024 een beslistermijn van acht weken had gesteld. De minister heeft deze termijn niet nageleefd, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond is verklaard.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, omdat dit het fifo-principe zou ondermijnen en de minister de prikkel zou ontnemen om voortvarend te beslissen. De rechtbank legt de minister een termijn van twee weken op om alsnog een besluit te nemen en verbindt hieraan een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. Eiser wordt tevens vrijstelling van griffierecht verleend. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier A.W. van Eerden op 10 juli 2025.