ECLI:NL:RBDHA:2025:12553
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens te late betaling griffierecht
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om de beslissing van de minister van Asiel en Migratie op haar bezwaar af te wachten. Voor het indienen van dit verzoek moest griffierecht betaald worden. De griffier stelde een termijn vast waarbinnen het griffierecht betaald moest zijn. Verzoekster betaalde het griffierecht echter te laat, namelijk op 15 mei 2025, terwijl de uiterste betaaldatum 7 mei 2025 was.
De rechtbank ontving de aangetekende brief over de betalingstermijn niet tijdig, waarna deze opnieuw per gewone post werd verzonden zonder nieuwe termijn te stellen. Omdat verzoekster geen geldige reden gaf voor de late betaling, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk zal behandelen.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd, en het te laat betaalde griffierecht wordt aan verzoekster terugbetaald. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 1 juli 2025 door voorzieningenrechter I. Helmich, en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.