Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van acht weken op, met de mogelijkheid tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangeboden en schriftelijk wordt meegedeeld.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van €453,50 aan eiseres. De uitspraak is openbaar en gewezen door rechter Schaaf op 3 juni 2025.