ECLI:NL:RBDHA:2025:12598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over verrekening buitenlandbijdrage door het CAK
Eiseres, woonachtig in Frankrijk en met de Nederlandse nationaliteit, ontving een pensioen en was als verdragsgerechtigde aangemerkt voor zorgkosten in Frankrijk ten laste van Nederland. Het CAK stelde de buitenlandbijdrage voor de zorgjaren 2019, 2021 en 2022 vast en verrekende bedragen die eiseres te veel had betaald met openstaande bedragen, resulterend in een resterende betalingsverplichting van €630,04.
Eiseres voerde aan dat de bedragen onjuist waren en dat zij pas in 2021 de Carte-Vital ontving, waardoor zij in de tussenliggende periode zelf zorgkosten betaalde. De rechtbank oordeelde dat het beroep zich beperkt tot het bestreden besluit en dat de stellingen over machtsmisbruik en verzoeken om eerherstel niet aan de orde zijn. De rechtbank vond geen aanleiding om de juistheid van de vastgestelde bedragen te betwijfelen, mede omdat eiseres haar betoog niet met stukken onderbouwde.
Het CAK mocht volgens de rechtbank de verrekening toepassen en het recht op zorg en de daarmee samenhangende bijdrageplicht bleven onverminderd van kracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het bestreden besluit en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit van het CAK blijft in stand.