Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. A. Briejer en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. D. Schaddelee, waarnemend voor mr. C.C. Polat, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
- [slachtoffer] had een bloeduitstorting in het hoofd onder het harde hersenvlies (een zogenoemde subdurale bloeding). Onder het harde hersenvlies (subduraal) beiderzijds (links meer dan rechts) was sprake van een bloederige vochtcollectie.
- [slachtoffer] had tevens een bloeduitstorting tussen het schedeldak en het schedelhuis (een zogenoemde subgaleale bloeding). Onder het buitenste vlies van het schedeldak (subgaleaal) links-achterwaarts, werd een bloeduitstorting gezien van circa 5 x 3,5 cm.
- In beide ogen van [slachtoffer] zijn netvliesbloedingen geconstateerd (zogenoemde retinabloedingen). Het ging om uitgebreide bloedingen in meerdere lagen van het netvlies. Ook zijn er in beide ogen resten van bloeduitstortingen aangetroffen en is in het rechteroog een glasvochtbloeding geconstateerd.
bijlage 1de wettige bewijsmiddelen opgenomen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. In aanvulling op de bewijsmiddelen overweegt de rechtbank het volgende.
point of impactop de plek waar de subgaleale bloeding gevonden is, of een combinatie van schudden en hevig stomp botsend geweld. De deskundigen hebben geconcludeerd dat de combinatie van letsels bij [slachtoffer] waarschijnlijker is ontstaan door niet-accidenteel (toegebracht) letsel dan door accidenteel letsel. De deskundigen van het LOEF hebben daarnaast verschillende hypotheses tegen elkaar afgewogen, waaronder de hypothese van verslikking/verstikking, heftig schudden en het kloppen op de rug van een baby door een volwassene. De combinatie van letsels is veel waarschijnlijker onder de hypothese van heftig schudden dan onder de hypothese van verslikking/verstikking. De combinatie van letsels is ook veel waarschijnlijker onder de hypothese van heftig schudden dan onder de hypothese van verzorgingshandelingen.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (ZEVEN) JAREN;
,ten behoeve van [de moeder] ;