ECLI:NL:RBDHA:2025:1261
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering toewijzing functie bij Defensie
Verzoeker, een burgerambtenaar bij Defensie die wegens ziekte in een aangepast rooster werkt, verzocht om toewijzing van de functie van medewerker bedrijfsvoering. Deze functie was onderdeel van een reorganisatie binnen de Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie. Ondanks een voorkeurspositie en een deskundigenoordeel dat de functie passend te maken is, werd de functie aan een andere kandidaat toegewezen.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter constateerde dat de functie reeds is ingevuld en dat plaatsing van verzoeker op deze functie niet meer mogelijk is. Tevens was er geen sprake van onverwijlde spoed, aangezien de beslistermijn op bezwaar medio maart 2025 eindigt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is en dat verzoekers aanvullende eisen omtrent re-integratie en scholing buiten de reikwijdte van het geding vallen. Wel werd benadrukt dat partijen spoedig in gesprek moeten gaan over het re-integratietraject van verzoeker.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van toewijzing van de functie medewerker bedrijfsvoering wordt afgewezen.