Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
Rechtbank Den Haag
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende op 31 maart 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister moest binnen zes maanden beslissen, maar verlengde deze termijn met negen maanden op grond van WBV 2023/3. Eiser stelde de minister op 6 november 2024 in gebreke vanwege het uitblijven van een beslissing en stelde vervolgens op 25 november 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is omdat de ingebrekestelling correct is gedaan en het beroep tijdig is ingediend. Echter, sinds 14 december 2024 geldt een besluit- en vertrekmoratorium voor Syrië, waardoor de beslistermijn met maximaal één jaar wordt verlengd tot 21 maanden. Dit moratorium was nog niet van kracht bij de ingebrekestelling, maar wel op het moment van de uitspraak.
De rechtbank stelt vast dat de minister nog niet heeft beslist, maar door het moratorium is de beslistermijn opgeschort. Hierdoor is het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Wel krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp bij het indienen van het beroepschrift.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het besluit- en vertrekmoratorium, met toekenning van een proceskostenvergoeding aan eiser.