ECLI:NL:RBDHA:2025:12619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimverklaring en rechtmatigheid van directe gunning door Nationale Politie
De zaak betreft een geschil tussen eiseres en de Nationale Politie (DNP) over de aanbesteding van een nieuw OSINT-software systeem. DNP had de opdracht rechtstreeks gegund zonder openbare aanbesteding, omdat de opdracht geheim was verklaard op grond van artikel 2.23 lid 1 onder e Aw 2012, met als doel de bescherming van wezenlijke veiligheidsbelangen.
Eiseres betwistte de geheimverklaring en stelde dat DNP onrechtmatig handelde door de opdracht niet openbaar aan te besteden, en vorderde schadevergoeding wegens misgelopen kans. De rechtbank stelde vast dat de opdracht daadwerkelijk geheim was verklaard volgens een interne procedure met meerdere goedkeuringen en dat deze geheimverklaring betrekking had op de specifieke opdracht.
De rechtbank nam het veiligheidsbelang van DNP serieus, gelet op de aard van het OSINT-systeem en de risico’s van openbaarmaking. Het betoog van eiseres dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren, zoals een beperkte of niet-openbare aanbestedingsprocedure, werd verworpen omdat dergelijke maatregelen onvoldoende waarborg bieden tegen verspreiding van gevoelige informatie.
Ook het argument van eiseres dat DNP zelf informatie openbaar had gemaakt, werd niet doorslaggevend geacht omdat die informatie niet vergelijkbaar was met de gegevens die in een aanbesteding openbaar zouden worden gemaakt. De rechtbank concludeerde dat DNP in redelijkheid tot geheimverklaring kon komen en daardoor niet onrechtmatig heeft gehandeld. De vorderingen van eiseres werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af en bevestigt de rechtmatigheid van de geheimverklaring en directe gunning door DNP.