Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
3.De bewijsbeslissing
4.De vordering van de benadeelde partij
€ 750,- aan immateriële schadevergoeding heeft toegewezen.
Rechtbank Den Haag
Op 12 oktober 2024 vond een beschieting plaats op een woning in Zuid-Holland, onderdeel van een reeks geweldsincidenten gerelateerd aan een cocaïnediefstal. Verdachte werd beschuldigd van poging tot moord, medeplegen en medeplichtigheid aan bedreiging en vernieling.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat verdachte een Tikkie betaalde die werd gebruikt om benzine te tanken door een medeverdachte voorafgaand aan het incident. Verdachte beriep zich op zijn zwijgrecht en er was geen direct bewijs van nauwe samenwerking of opzet. Onderzoek van zijn telefoon toonde aanwijzingen van betrokkenheid, maar geen overtuigend bewijs van medeplichtigheid.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om medeplegen of medeplichtigheid wettig en overtuigend vast te stellen. De tenlasteleggingen werden daarom integraal verworpen en verdachte werd vrijgesproken. Tevens werd de teruggave van de in beslag genomen telefoon gelast en werden de vorderingen van de benadeelde partijen afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verdachte wordt integraal vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.