Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De inhoud van de vordering
3.De beoordeling van de vordering
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
- deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in de artikelen 10, derde, vierde en vijfde lid en 10a eerste lid van de Opiumwet.
Het kader voor de berekening van het wederrechtelijk voordeel
Wederrechtelijk verkregen voordeel uit periode 2 (art. 36e, tweede lid, Sr)
Geen wederrechtelijk verkregen voordeel uit periode 3 (art. 36e, tweede lid, Sr)
4.De vaststelling van de betalingsverplichting
5.Het toepasselijke wetsartikel
6.De beslissing
€ 637.237,50;
€ 605.375,63aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
1080dagen.