De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot echtscheiding en nevenvoorzieningen van partijen, waarbij de man in Zuid-Afrika woont en de vrouw in het Verenigd Koninkrijk. Eerdere tussenbeschikkingen van 11 januari 2024 en 28 januari 2025 stelden partijen in de gelegenheid om ontbrekende stukken aan te leveren.
Ondanks een laatste termijn tot 1 mei 2025 heeft de man niet voldaan aan de verplichting om de gevraagde stukken via een advocaat in te dienen. De rechtbank heeft benadrukt dat alleen schriftelijke reacties via een advocaat in behandeling worden genomen. De vrouw heeft wel stukken ingediend, maar deze waren onvoldoende om tot een beslissing te komen.
Gezien het ontbreken van essentiële informatie en stukken, heeft de rechtbank het verzoek tot echtscheiding en alle nevenverzoeken afgewezen. De proceskosten worden door iedere partij zelf gedragen, conform de gebruikelijke regeling in familierechtelijke procedures.