ECLI:NL:RBDHA:2025:12714
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Tsjechië
Eiser, een Ugandees, diende op 1 april 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Tsjechië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat bijzondere individuele omstandigheden, zoals trauma en psychologische hulpbehoefte, een uitzondering op deze regeling rechtvaardigen.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat Nederland mag uitgaan van de naleving van verdragsverplichtingen door Tsjechië, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat er een reëel risico is op schending van fundamentele rechten. Eiser slaagde hier niet in; de aangevoerde rapporten en stellingen boden onvoldoende bewijs voor een dergelijk risico.
Verder heeft verweerder op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro discretionaire bevoegdheid om een aanvraag toch in behandeling te nemen, maar de rechtbank vond dat verweerder terecht terughoudend was en dat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond die een overdracht aan Tsjechië onevenredig zouden maken.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.