Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
.
Overwegingen
Beslissing
mr.T.M.M. Plukaard, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie waarin zijn nationaliteit is vastgesteld als onbekend, terwijl hij stelt staatloos te zijn. Verweerder heeft aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend, waarbij de nationaliteit in de systemen als onbekend is geregistreerd vanwege het ontbreken van juiste documenten.
De rechtbank heeft onderzocht of eiser belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Omdat eiser reeds de asielvergunning heeft verkregen die hij heeft verzocht, en de vaststelling van staatloosheid niet tot de beoordeling binnen de asielprocedure behoort, concludeert de rechtbank dat er geen procesbelang bestaat.
Eiser voerde aan dat een eerdere vaststelling van staatloosheid zijn naturalisatie zou versnellen, maar de rechtbank oordeelt dat dit belang niet de reikwijdte van de asielprocedure kan uitbreiden en dat voor naturalisatie de registratie in de Basisregistratie Personen (Brp) leidend is.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.A. Bouter - Rijksen op 13 mei 2025 te Rotterdam.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.