Verzoekster ontving een financiële tegemoetkoming op grond van de Catshuisregeling en aanvullende besluiten voor leefgeld en andere kosten. Zij maakte bezwaar tegen een brief van 18 juli 2024 waarin een financiële tegemoetkoming werd toegekend, maar stelde dat zij deze pas in mei 2025 ontving en dat het Plan van Aanpak gebreken vertoonde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de bestreden brief een besluit is in de zin van de Awb en dat het bezwaar tijdig is ingediend. Verzoekster verkeert in een kwetsbare en ernstige situatie, waardoor spoedeisend belang bestaat bij een voorlopige voorziening.
Verweerder moet het bezwaar met voortvarendheid behandelen, maatwerk verrichten en de hardheidsclausule beoordelen. De rechtbank beveelt dat uiterlijk op 12 augustus 2025 een besluit op het bezwaar wordt genomen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.