ECLI:NL:RBDHA:2025:12732
Rechtbank Den Haag
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek tegen uitspraak voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek tot herziening ingediend van een uitspraak waarin het vervolgberoep tegen de voortduren van een maatregel van bewaring werd ongegrond verklaard. Dit verzoek was gebaseerd op een na de opheffing van de maatregel door de Afdeling getroffen voorlopige voorziening, waarvan verzoeker en de rechtbank bij de eerdere behandeling niet op de hoogte waren.
De rechtbank overweegt dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. De voorlopige voorziening van de Afdeling, getroffen na de opheffing van de maatregel, kan de rechtmatigheid van de reeds beëindigde maatregel niet beïnvloeden.
Verzoeker erkent zelf dat het verzoek geen kans van slagen heeft, en ook verweerder wijst hierop. De rechtbank benadrukt dat verzoeker en zijn gemachtigde geen beroepen of verzoeken moeten instellen of handhaven waarvan zij weten dat deze geen kans van slagen hebben, om onnodige beslaglegging op de tijd van de rechtbank en wederpartij te voorkomen.
De rechtbank wijst het herzieningsverzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tevens uit de rechtbank haar zorg over het frequent en op korte termijn intrekken van beroepen en besluiten, wat leidt tot verloren zittingscapaciteit en vertraging voor andere rechtszoekenden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot herziening af omdat de nieuwe voorlopige voorziening geen invloed heeft op de rechtmatigheid van de reeds opgeheven maatregel.