ECLI:NL:RBDHA:2025:12754
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging
Eiseres, van Algerijnse nationaliteit, heeft op 22 januari 2025 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Bij besluit van 4 maart 2025 werd deze aanvraag door de minister van Asiel en Migratie afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres stelde in beroep dat zij vanwege haar levensstijl in Algerije in problemen was gekomen en vreesde voor haar leven, en dat psychische klachten haar vermogen tot verklaren beperkten.
Tijdens het nader gehoor verklaarde eiseres echter dat zij geen vrees had voor iemand in Algerije en dat haar aanvraag was ingegeven door de wens voor een beter leven. De rechtbank oordeelde dat de in beroep aangevoerde stellingen tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd waren. De vermeende psychische klachten waren niet geconcretiseerd en er was geen aanvullende zienswijze ingediend.
Daarom kon het beroep niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag in stand. Eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.