ECLI:NL:RBDHA:2025:12778
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende motivering inreisverbod en vernietiging besluit
Eiser kreeg op 29 december 2023 een terugkeerbesluit met een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat bijzondere individuele omstandigheden, waaronder zijn relatie en samenwoning met een partner in Nederland, niet zijn meegewogen. Dit zou in strijd zijn met artikel 8 EVRM Pro en leiden tot een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek.
Tijdens de zitting op 10 juli 2025 was eiser vertegenwoordigd, maar verweerder verscheen niet. De rechtbank oordeelde dat het inreisverbod onvoldoende was gemotiveerd omdat de minister niet had toegelicht waarom de verklaring van eiser over zijn partner niet tot afzien van het inreisverbod leidde. Dit is in strijd met artikel 3:46 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het inreisverbod en veroordeelde de minister tot betaling van de proceskosten van €1.814,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het inreisverbod is vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van het recht op gezinsleven.